Digitale Foto’s
Bewerken met Windows 7

Paint

Frans Visser

 

 Paint WINDOWS 7 gebruiken.

In dit artikel

Tekenlijnen
Verschillende vormen tekenen
Tekst toevoegen
Objecten selecteren en bewerken
Het formaat van een foto of een gedeelte ervan wijzigen
Objecten verplaatsen en kopiëren
Werken met kleur
Uw foto weergeven
Uw foto opslaan en gebruiken

Paint is een functie in Windows 7, waarmee je tekeningen kunt maken in een leeg tekengebied, of in bestaande foto's. Veel van de hulpmiddelen die je gebruikt in Paint, bevinden zich boven in het Paint-venster. In de volgende illustratie zie je het Lint en andere onderdelen van Paint.

Het Paint-venster.

 

Openen van een foto.

Met het tekenprogramma Paint gaat je foto’s bewerken op je computer. Je vindt het programma Paint in de map Bureau-accessoires.

Klik op Start  Alle programma’s , klik op Bureau-accessoires, klik op Paint.

 

 

Klik op openen. En vervolgens op mijn Afbeeldingen

 

 

Dubbelklik op de map Digifoto en klik vervolgens op Trein.jpg en kies voor openen

Uw foto weergeven

Als je de weergave in Paint wijzigt, kun je aangeven hoe je met de foto wilt werken. Je kunt inzoomen op een bepaald gedeelte van de foto, of desgewenst de gehele foto. Als de foto te groot is, kun je ook uitzoomen. Daarnaast kun je linialen en rasterlijnen weergeven wanneer je in Paint werkt, die je werk in Paint vergemakkelijken.

Vergrootglas
Gebruik het hulpmiddel Vergrootglas  om in te zoomen op een gedeelte van je foto.

  1. Klik op het tabblad Start in de groep Hulpmiddelen op Vergrootglas , verplaats het vergrootglas en klik vervolgens om in te zoomen op het gedeelte van de afbeelding, dat in het vierkantje wordt weergegeven.
  2. Versleep de horizontale en verticale schuifbalken aan de onder- en rechterzijde van het venster om in de foto te verplaatsen.

  3. Als je het zoomniveau wilt verlagen, klik je nogmaals met de rechter muisknop op Vergrootglas.

In- en uitzoomen

Gebruik Inzoomen en Uitzoomen om een grotere of kleinere weergave van je afbeelding te krijgen. Zo kan het voorkomen dat je op een klein gedeelte moet inzoomen om het te kunnen zien. Het tegenovergestelde kan ook het geval zijn. Zo kan je foto te groot zijn voor het scherm, waardoor je moet uitzoomen om alles te kunnen bekijken.
In Paint kun je, afhankelijk van wat u wilt doen, op een paar manieren in- of uitzoomen.

  1. Als je het zoomniveau wilt verhogen, klik je op het tabblad Beeld in de groep In-/uitzoomen op Inzoomen.
  2. Als je het zoomniveau wilt verlagen, klik je op het tabblad Beeld in de groep In-/uitzoomen op Uitzoomen.
  3. Als je de foto in het Paint-venster op werkelijke grootte wilt weergeven, klik je op het tabblad Beeld in de groep In-/uitzoomen op 100%.
  4. Tip

    • Als je wilt in- en uitzoomen op een foto, kun je ook klikken op de knop Inzoomen OF Uitzoomen 

      op de zoomschuifregelaar onder aan het Paint-venster om het zoomniveau te verhogen of verlagen.

     
      

      Er wordt nu ingezoomd op de foto, waardoor je meer details te zien krijgt.
      Klik nu op beeld en raster weergeven.
        De foto is nu voorzien van een raster. Je ziet dat elk vakje van een raster een gekleurd puntje bevat. Zo’n puntje wordt pixel genoemd. Je kunt het raster weer weghalen, door in bovenstaande afbeelding rasterlijnen te ontvinken.

      Uitsnijden.

      Je wilt vast wel eens alleen een uitsnede van de foto hebben, bijvoorbeeld omdat er veel ruimte staat om het eigenlijke onderwerp van de foto.

      Open in Paint vanuit de map Digifoto Hert.
      Klik nu op Selecteren en vink aan Rechthoekige en Transparante selectie.

      Zet de muiswijzer links boven het hert, houd de muisknop ingedrukt en sleep de muiswijzer naar rechtsonder en laat de muisknop los. Er staat een stippeltjes rechthoek om de selectie heen. Zet de muiswijzer in de rechthoek, deze verandert dan in kruisje.
      Sleep de muiswijzer naar linksonder terwijl je de linker muisknop ingedrukt houdt. Je ziet dat de uitsnede wordt verplaatst. Laat de muisknop los. Klik op ongedaan maken

      Je kunt zelfs een uitsnede maken van een bepaald aantal pixels breed en hoog. Kijk maar:
      Zet de muiswijzer linksboven het hert. Probeer een vierkant van ongeveer 324 x 324 te maken. Laat de muisknop los.

      Je ziet nu linksonder de afmetingen in pixels.

      Opslaan van de uitsnede.

      Klik op kopiëren , kies nieuw  niet opslaan en vervolgens kiest u voor plakken. Sla de verkleinde afbeelding op onder een andere naam b.v. Kleine foto hert. Opslaan als JPEG-afbeelding

       

      Letters op een foto:

      Een van de meest gebruikte effecten is tekst op een foto zetten, dat kan met Paint ook.
      Open in Paint vanuit de map Digifoto Chicago.
      Klik in het gereedschap op A
      Zet de muiswijzer linksboven tussen de twee flats, houd de muisknop ingedrukt, sleep de muiswijzer naar rechtsonder en laat de muis los. Je ziet een wit kader met een knipperende cursor.

      Typ nu CHICAGO
      Je kunt ook andere lettertypes gebruiken, klik maar eens op het kleine driehoekje achter Calibri.


      Je kunt de tekst weergeven op de bestaande achtergrond of in een wit vlak.


      Je hebt twee keuzes ondoorzichtig (tekst in een wit vlak) en transparant (tekst met behoud van de achtergrond).
      De kleur van de tekst kun je aanpassen door eerst te klikken op het kleurengereedschap, waar je de door jouw gewenste kleur kunt kiezen.

      Effect spiegelen en hellen

      Foto’s kun je ook spiegelen of draaien met onderstaand gereedschap

      Ook is het mogelijk het formaat te wijzigen met onderstaand gereedschap.

      Hellen doe je door in de bovenstaande afbeelding hellen (graden) het getal nul te veranderen in horizontaal en verticaal in 10 of een ander getal.

      Tekenlijnen

      Je kunt in Paint met verschillende hulpmiddelen tekenen. Het hulpmiddel dat je gebruikt en de opties die je selecteert bepalen hoe de lijn in je tekening wordt weergegeven. Dit zijn de hulpmiddelen waarmee je lijnen kunt tekenen in Paint.

      Potlood
      Gebruik het hulpmiddel Potlood  om dunne, vrije lijnen of curven te tekenen.

      1. Klik op het tabblad Start in de groep Hulpmiddelen op het hulpmiddel Potlood.
      2. Klik in de groep Kleuren op Kleur 1, klik op een kleur en sleep de aanwijzer in de afbeelding om te tekenen.
        Als je wilt tekenen met Kleur 2 (achtergrondkleur), klik je met de rechter muisknop terwijl je de aanwijzer versleept.

      Kwasten

      Gebruik het hulpmiddel Kwasten  om lijnen te tekenen die een ander uiterlijk en patroon hebben, net als wanneer u verschillende artistieke penselen gebruikt. Als je verschillende kwasten gebruikt, kun je vrije en gebogen lijnen tekenen met verschillende effecten.

      1. Klik op het tabblad Start op de pijl-omlaag onder Kwasten.
      2. Klik op de kwast die je wilt gebruiken.
      3. Klik op Grootte en klik vervolgens op een lijngrootte, waarmee de dikte van de kwaststreek wordt bepaald.
      4. Klik in de groep Kleuren op Kleur 1, klik op een kleur en sleep de aanwijzer om te schilderen. Als je wilt schilderen met Kleur 2 (achtergrondkleur), klik je met de rechter muisknop terwijl je de aanwijzer versleept.

      Lijn

      Gebruik het hulpmiddel Lijn  om een rechte lijn te tekenen. Wanneer je dit hulpmiddel gebruikt, kun je naast de dikte van de lijn, ook de weergave van de lijn kiezen.

      1. Klik op het tabblad Start in de groep Vormen op het hulpmiddel Lijn.
      2. Klik op Grootte en klik vervolgens op een lijngrootte, waarmee de dikte van de lijn wordt bepaald.
      3. Klik in de groep Kleuren op Kleur 1, klik op een kleur en sleep de aanwijzer om de lijn te tekenen. Als je een lijn wilt tekenen met Kleur 2 (achtergrondkleur), klik je met de rechter muisknop terwijl je de aanwijzer versleept.
      4. (Optioneel) Als je de lijnstijl wilt wijzigen, klik je in de groep Vormen op Contour en klik vervolgens op een lijnstijl.
      5. Tip

        • Als je een horizontale lijn wilt tekenen, houd je Shift ingedrukt terwijl je van de ene naar de andere zijde tekent.
        • Als je een verticale lijn wilt tekenen, houd je Shift ingedrukt en teken je naar boven of beneden.

          Gebogen lijn

          Gebruik het hulpmiddel Gebogen lijn  om een mooie gebogen lijn te tekenen.

          1. Klik op het tabblad Start in de groep Vormen op het hulpmiddel Gebogen lijn.
          2. Klik op Grootte en klik vervolgens op een lijngrootte, waarmee de dikte van de lijn wordt bepaald.
          3. Klik in de groep Kleuren op Kleur 1, klik op een kleur en sleep de aanwijzer om de lijn te tekenen.
            Als je een lijn wilt tekenen met Kleur 2 (achtergrondkleur), klik je met de rechter muisknop terwijl je de aanwijzer versleept.
          4. Nadat je de lijn hebt gemaakt, klik je op het deel in de foto waar je een segment van de boog wenst en versleep je de muisaanwijzer vervolgens om de gebogen lijn aan te passen.

          Verschillende vormen tekenen

          Je kunt met Paint verschillende vormen in een foto toevoegen. De kant-en-klare vormen variëren van traditionele vormen, zoals rechthoeken, ovalen, driehoeken en pijlen, tot grappige en ongewone vormen, zoals een hart, een bliksemflits of bijschriften (om er een paar te noemen). Als je je eigen aangepaste vorm wilt maken, kun je het hulpmiddel Veelhoek hiervoor gebruiken.

          Vormen in Paint

          Kant-en-klare vormen

          Met Paint kun je verschillende typen kant-en-klare vormen tekenen. Hieronder vind je een lijst met deze vormen:

            • Lijn
            • Gebogen lijn
            • Ovaal
            • Rechthoek en afgeronde rechthoek
            • Driehoek en rechthoekige driehoek
            • Ruit
            • Vijfhoek
            • Zeshoek
            • Pijlen (pijl-rechts, pijl-links, pijl-omhoog, pijl-omlaag)
            • Sterren (vierpuntige ster, vijfpuntige ster, zespuntige ster)
            • Bijschriften (bijschrift in de vorm van een afgeronde rechthoek, ovalen bijschrift, bijschrift in de vorm van een wolk)
            • Hart
            • Bliksemflits
          1. Klik op het tabblad Start in de groep Vormen op een kant-en-klare vorm.
          2. Versleep de aanwijzer om de vorm te tekenen.
          3. Als je een vorm met gelijke zijden wilt tekenen, houd je Shift ingedrukt terwijl je met de muis sleept. Als je bijvoorbeeld een vierkant wilt tekenen, klik je op Rechthoek, houdt  Shift ingedrukt en sleept je met de muis.

          4. Als de vorm nog steeds is geselecteerd, kun je één of meer van de volgende handelingen uitvoeren om het uiterlijk te wijzigen:
            • Als je de lijnstijl wilt wijzigen, klik je in de groep Vormen op Contour en klik je vervolgens op een lijnstijl.
            • Als je niet wilt dat de vorm een contour heeft, klik je op Contour en vervolgens op Geen contour.
            • Als u de contourgrootte wilt wijzigen, klik je op Grootte en vervolgens op een lijngrootte (dikte).
            • Klik in de groep Kleuren op Kleur 1 en klik vervolgens op een kleur voor de contour.
            • Klik in de groep Kleuren op Kleur 2 en klik op een kleur om de vorm te vullen.
            • Als je de stijl van de opvulling wilt wijzigen, klik je in de groep Vormen op Opvulling en klik je daarna op een stijl.
            • Als je niet wilt dat de vorm wordt opgevuld, klik je op Opvulling en vervolgens op Geen opvulling.

            Veelhoek

            Gebruik het hulpmiddel Veelhoek  om een aangepaste vorm te maken met een willekeurig aantal zijden.

            1. Klik op het tabblad Start in de groep Vormen op het hulpmiddel Veelhoek.
            2. Als je een veelhoek wilt tekenen, versleep je de aanwijzer om een rechte lijn te tekenen. Klik vervolgens op elk punt waar u extra zijden wilt weergeven.
              Als je zijden wilt maken met een hoek van 45 of 90 graden, houd je Shift ingedrukt terwijl je elke zijde maakt.
            3. Verbind de laatste lijn met de eerste lijn om de veelhoek af te tekenen en de vorm te sluiten.
            4. Als de vorm nog steeds is geselecteerd, kun je één of meer van de volgende handelingen uitvoeren om het uiterlijk te wijzigen:
              • Als je de lijnstijl wilt wijzigen, klik je in de groep Vormen op Contour en klikt je vervolgens op een lijnstijl.
                Als je niet wilt dat de vorm een contour heeft, klik je op Contour en vervolgens op Geen contour.
              • Als je de contourgrootte wilt wijzigen, klik je op Grootte en vervolgens op een lijngrootte (dikte).
              • Klik in de groep Kleuren op Kleur 1 en klik vervolgens op een kleur voor de contour.
              • Klik in de groep Kleuren op Kleur 2 en klik op een kleur om de vorm te vullen.
              • Als je de stijl van de opvulling wilt wijzigen, klik je in de groep Vormen op Opvulling en klik daarna op een opvulstijl.
                Als je niet wilt dat de vorm wordt opgevuld, klik je op Opvulling en vervolgens op Geen opvulling.

              Tekst toevoegen

              In Paint kunt u ook uw eigen tekst of bericht in uw foto toevoegen.

              Tekst

              Gebruik het hulpmiddel Tekst  om tekst in te voeren in de foto.

              1. Klik op het tabblad Start in de groep Hulpmiddelen op het hulpmiddel Tekst.
              2. Sleep de aanwijzer in het tekengebied naar de plaats waar je tekst wilt toevoegen.
              3. Klik onder Hulpmiddelen voor tekst op het tabblad Tekst op het lettertype, de grootte en de stijl in de groep Lettertype.
              4. De groep Lettertype

              5. Klik in de groep Kleuren op Kleur 1 en klik op een kleur voor de tekst.
              6. Typ de tekst die u wilt toevoegen.
              7. (Optioneel) Als u wilt dat de achtergrond van het tekstgebied wordt gevuld, klikt u in de groep Achtergrond op Ondoorzichtig. Klik in de groep Kleuren op Kleur 2 en klik vervolgens op een achtergrondkleur voor het tekstgebied

              Sneller werken in Paint

               
               

              Je kunt de opdrachten die je het meest gebruikt in Paint op een snel bereikbare plaats zetten: plaats ze op de werkbalk Snelle toegang boven het lint.

              Als je een Paint-opdracht wilt toevoegen aan de werkbalk Snelle toegang, klik je met de rechter muisknop op een knop of opdracht en klik je vervolgens op Toevoegen aan werkbalk Snelle toegang.

               
                   

              Objecten selecteren en bewerken

              In Paint kunt u een wijziging aanbrengen in een gedeelte van een foto of een object. U moet hiervoor het te wijzigen gedeelte van de foto selecteren en vervolgens dat gedeelte bewerken. Sommige wijzigingen die u kunt aanbrengen zijn: het formaat van een object wijzigen, een object verplaatsen of kopiëren, een object roteren of de foto bijsnijden zodat alleen het geselecteerde item wordt getoond.

              Selecteren

              Gebruik het hulpmiddel Selecteren  om van de foto een gedeelte te selecteren dat je wilt wijzigen.

              1. Klik op het tabblad Start in de groep Afbeelding op de pijl-omlaag onder Selecteren.
              2. Voer afhankelijk van uw selectie een van de volgende handelingen uit:
                • Klik op Rechthoekige selectie als u een vierkant of rechthoekig gedeelte van de foto wilt selecteren en sleep vervolgens de aanwijzer om het gedeelte van de foto te selecteren waarmee u wilt werken.
                • Klik op Vrije-vormselectie als u een onregelmatig gevormd gedeelte van de foto wilt selecteren en sleep vervolgens de aanwijzer om het gedeelte van de foto te selecteren waarmee u wilt werken.
                • Klik op Alles selecteren als u de gehele foto wilt selecteren.
                • Klik op Selectie omkeren als u alles in de foto wilt selecteren behalve het momenteel geselecteerde deel.
                • Klik op Verwijderen als u het geselecteerde object wilt verwijderen.
              3. Bepaal als volgt of Kleur 2 (de achtergrondkleur) in uw selectie is opgenomen:
                • Schakel Transparante selectie uit als u de achtergrondkleur in uw selectie wilt opnemen. Wanneer u de selectie plakt, wordt de achtergrondkleur opgenomen en in het geplakte item weergegeven.
                • Klik op Transparante selectie om de selectie transparant te maken en de achtergrondkleur niet in de selectie op te nemen. Wanneer u de selectie plakt, zijn delen die de huidige achtergrondkleur gebruiken transparant, waardoor de rest van de foto zichtbaar blijft.

                  Bijsnijden

                  Gebruik Bijsnijden  om een foto zodanig bij te snijden, dat alleen het geselecteerde gedeelte in je foto wordt weergegeven. Met bijsnijden kun je de foto zodanig wijzigen, dat alleen het geselecteerde object of de geselecteerde persoon zichtbaar is.

                  1. Klik op het tabblad Start in de groep Afbeelding op de pijl onder Selecteren en klik vervolgens op het selectietype dat je wilt maken.
                  2. Versleep de aanwijzer om het gedeelte van de foto te selecteren dat je wilt weergeven.
                  3. Klik op Bijsnijden in de groep Afbeelding.
                  4. Als je de bijgesneden foto als een nieuw bestand wilt opslaan, klik je op de knop Paint, wijs je "Opslaan als" aan en klik je vervolgens op het bestandstype voor de huidige foto.
                  5. Typ een nieuwe bestandsnaam in het vak Bestandsnaam en klik vervolgens op Opslaan.

                  Als u de bijgesneden afbeelding als een nieuw fotobestand opslaat, wordt het oorspronkelijke fotobestand overschreven.

                  Draaien

                  Gebruik Draaien  om de gehele foto, of een geselecteerd gedeelte ervan te draaien.

                  • Afhankelijk van wat je wilt draaien voer je een van de volgende handelingen uit:
                  • Als je de gehele foto wilt draaien, klik je op het tabblad Start, in de groep Afbeelding op Draaien en klik je vervolgens op de draairichting.
                  • Klik op het tabblad Start in de groep Afbeelding op Selecteren, om een object of een gedeelte van een foto te draaien. Sleep de aanwijzer om het deel of het object te slepen, klik op Draaien en klik vervolgens op de draairichting.

                  Een gedeelte van een foto wissen

                  Gebruik het hulpmiddel Gum  om delen van uw foto te wissen.

                  1. Klik op het tabblad Start in de groep Hulpmiddelen op Gum.
                  2. Klik op Grootte, klik op een gumformaat en sleep de gum over het te wissen deel van de foto. In delen die je wist, is de achtergrondkleur (Kleur 2) zichtbaar.

                  Het formaat van een foto of een gedeelte ervan wijzigen

                  Gebruik Formaat wijzigen‌  om het formaat van de gehele afbeelding te wijzigen, of om het formaat van een object of een gedeelte van een foto te wijzigen. Je kunt een object in de foto ook laten hellen om het er schuin te laten uitzien.

                  Het formaat wijzigen van de gehele foto

                  1. Klik op het tabblad Start in de groep Afbeelding op Formaat wijzigen.
                  2. Schakel in het dialoogvenster Formaat wijzigen en hellen het selectievakje Hoogte-breedteverhouding behouden in, zodat de hoogte-breedteverhouding van de gewijzigde afbeelding hetzelfde is als van de oorspronkelijke afbeelding.
                  3. Klik in het vak Formaat wijzigen op Pixels en voer in het vak Horizontaal een nieuwe breedte of in het vak Verticaal een nieuwe hoogte in. Klik op OK.

                    Als het selectievakje Hoogte-breedteverhouding behouden is ingeschakeld, hoeft u alleen de horizontale waarde (breedte) of de verticale waarde (hoogte) in te voeren. Het andere vak in het gebied Formaat wijzigen wordt automatisch bijgewerkt.

                    Als een foto bijvoorbeeld 320 x 240 pixels is en u de foto tot de helft wilt verkleinen met dezelfde hoogte-breedteverhouding, zorgt u dat het selectievakje Hoogte-breedteverhouding behouden is geselecteerd en voert u 160 in in het vak Horizontaal in het gebied Formaat wijzigen. Het nieuwe fotoformaat is dan de helft van het oorspronkelijke formaat met 160 x 120 pixels.

                  Het formaat wijzigen van een gedeelte van een foto

                  1. Klik op het tabblad Start op Selecteren en sleep vervolgens de aanwijzer om het deel of het object te selecteren.
                  2. Klik op het tabblad Start in de groep Afbeelding op Formaat wijzigen.
                  3. Schakel in het dialoogvenster Formaat wijzigen en hellen het selectievakje Hoogte-breedteverhouding behouden in, zodat de hoogte-breedteverhouding van het gewijzigde deel hetzelfde is als van de oorspronkelijke afbeelding.
                  4. Klik in het vak Formaat wijzigen op Pixels en voer in het vak Horizontaal een nieuwe breedte of in het vak Verticaal een nieuwe hoogte in. Klik op OK.

                  Als het selectievakje Hoogte-breedteverhouding behouden is ingeschakeld, hoeft u alleen de horizontale waarde (breedte) of de verticale waarde (hoogte) in te voeren. Het andere vak in het gebied Formaat wijzigen wordt automatisch bijgewerkt.

                  Als het deel dat u hebt geselecteerd bijvoorbeeld 320 x 240 pixels is en u de foto tot de helft wilt verkleinen met dezelfde hoogte-breedteverhouding, zorgt u dat het selectievakje Hoogte-breedteverhouding behouden is geselecteerd en voert u 160 in in het vak Horizontaal in het gebied Formaat wijzigen. Het geselecteerde deel is dan de helft van het oorspronkelijke formaat met 160 x 120 pixels.

                  Het formaat van het tekengebied wijzigen

                  • Afhankelijk van de wijze waarop u het formaat van het tekengebied wilt wijzigen voert u een van de volgende handelingen uit:
                  • Als u het formaat van het tekengebied wilt wijzigen en het groter wilt maken, sleept u een van de kleine witte vakken aan de rand van het tekengebied totdat het gewenste formaat is bereikt.
                  • Als u het formaat van het tekengebied wilt wijzigen door een specifieke grootte in te voeren, klikt u op de knop Paint  en klikt u vervolgens op Eigenschappen.
                  • Voer in de vakken Breedte en Hoogte de nieuwe breedte en hoogte in en klik vervolgens op OK.
         
         
         
         
         
         
         
         
         
         
         
         
         
         
         
         
         
         
         
         
         
         
         
         
         
         
         

                  Een object laten hellen

                  1. Klik op het tabblad Start op Selecteren en sleep vervolgens de aanwijzer om het deel of het object te selecteren.
                  2. Klik op Formaat wijzigen.
                  3. Typ in het gebied Hellen (graden) van het dialoogvenster Formaat wijzigen en hellen Horizontaal en Verticaal. Klik vervolgens op OK.

                  Objecten verplaatsen en kopiëren

                  Als je een object hebt geselecteerd, kun je het geselecteerde item knippen of kopiëren. Hiermee kun je desgewenst één object vele malen in je foto gebruiken of je kunt een object verplaatsen (als het is geselecteerd) naar een nieuw gedeelte van je foto.

                  Knippen en plakken

                  Gebruik Knippen  als je een geselecteerd object wilt knippen en in een ander gedeelte van je foto wilt plakken. Wanneer je een geselecteerd gebied knipt, wordt het geknipte gebied vervangen door de achtergrondkleur. Daarom kun je, als je foto een effen achtergrondkleur heeft, Kleur 2 gelijk maken aan de achtergrondkleur, voordat het object wordt geknipt.

                  1. Klik op het tabblad Start in de groep Afbeelding op Selecteren en klik vervolgens op de aanwijzer om het deel of object te selecteren dat u wilt knippen.
                  2. Klik in de groep Klembord op Knippen.
                  3. Klik in de groep Klembord op Plakken.
                  4. Verplaats het object, als het nog is geselecteerd, naar de nieuwe gewenste plaats in uw foto.

                  Kopiëren en plakken

                  Gebruik Kopiëren  om een geselecteerd object in Paint te kopiëren. Dit is handig als je lijnen, vormen of tekst meerdere keren in je foto wilt laten verschijnen.

                  1. Klik op het tabblad Start in de groep Afbeelding op Selecteren en sleep vervolgens de aanwijzer om het deel of object te selecteren dat je wilt kopiëren.
                  2. Klik in de groep Klembord op Kopiëren.
                  3. Klik in de groep Klembord op Plakken.
                  4. Verplaats het object als het nog is geselecteerd, naar een nieuwe plaats in je foto waar de kopie moet worden weergegeven.

                  Foto's in Paint plakken

                  Gebruik Plakken uit om een bestaand fotobestand in Paint te plakken. Als je het fotobestand hebt geplakt, kun je het bewerken zonder het origineel te wijzigen (je moet de bewerkte foto dan wel onder een andere bestandsnaam opslaan dan het origineel).

                  1. Klik in de groep Klembord op de pijl onder Plakken en klik vervolgens op Plakken uit.
                  2. Zoek het fotobestand dat je in Paint wilt plakken, klik erop en klik vervolgens op Openen.

                  Werken met kleur

                  Met een aantal hulpmiddelen kunt u specifiek met kleur werken in Paint. Met deze hulpmiddelen kunt u de gewenste kleuren gebruiken wanneer u tekent en bewerkt in Paint.

                  Kleurvakken

                  Met de kleurvakken worden de huidige kleuren voor Kleur 1 (voorgrondkleur) en Kleur 2 (achtergrondkleur) aangegeven. Hoe deze kleurvakken worden gebruikt, is afhankelijk van wat je in Paint doet.

                  De kleurvakken

                1. Als je de kleurvakken gebruikt, kun je één of meer van de volgende handelingen uitvoeren:
                2. Als je de geselecteerde voorgrondkleur wilt wijzigen, klik je op het tabblad Start in de groep Kleuren op Kleur 1 en klik je vervolgens op een kleurvierkantje.
                3. Als je de geselecteerde achtergrondkleur wilt wijzigen, klik je op het tabblad Start in de groep Kleuren op Kleur 2 en klik je vervolgens op een kleurvierkantje.
                4. Versleep de aanwijzer om met de geselecteerde voorgrondkleur te tekenen.
                5. Als je wilt tekenen met de geselecteerde achtergrondkleur, klik je met de rechter muisknop terwijl je de aanwijzer versleept.
                6. Kleurenkiezer

                  Gebruik het hulpmiddel Kleurenkiezer
                   
                  om de huidige voorgrond- of achtergrondkleur in te stellen. Door een kleur in de foto te selecteren, kun je ervoor zorgen dat je de gewenste kleur gebruikt wanneer je in Paint tekent, zodat je kleuren overeenkomen.

                  1. Klik op het tabblad Start in de groep Hulpmiddelen op Kleurenkiezer.
                  2. Klik in de foto op de kleur die je wilt instellen als voorgrondkleur, of klik in de foto met de rechter muisknop op de kleur die je wilt instellen als achtergrondkleur.

                  Met kleur vullen

                  Gebruik het hulpmiddel Met kleur vullen  om de hele foto of een afgebakende vorm met kleur te vullen.

                  1. Klik op het tabblad Start in de groep Hulpmiddelen op Met kleur vullen.
                  2. Klik in de groep Kleuren op Kleur 1, klik op een kleur en klik vervolgens in het gebied om het te vullen.
                  3. Als je de kleur wilt verwijderen en door de achtergrondkleur wilt vervangen, klik je op Kleur 2, klik je op een kleur en klik je met de rechtermuisknop op het gebied, om het te vullen.

                  Kleuren bewerken

                  Gebruik Kleuren bewerken om een nieuwe kleur te kiezen. Als je kleuren mengt in Paint, kun je de exacte kleur kiezen die je wilt gebruiken.

                  1. Klik op het tabblad Start in de groep Kleuren op Kleuren bewerken.
                  2. Klik in het dialoogvenster Kleuren bewerken op een kleur in het kleurenpalet en klik vervolgens op OK.
                    De kleur wordt in een van de kleurvakken weergegeven, zodat u die kleur in Paint kunt gebruiken.
                    Gebruik het hulpmiddel Vergrootglas  om in te zoomen op een gedeelte van je foto.
                  3. Klik op het tabblad Start in de groep Hulpmiddelen op Vergrootglas,
                    verplaats het vergrootglas en klik vervolgens om in te zoomen op het gedeelte van de afbeelding, dat in het vierkantje wordt weergegeven.
                  4. Versleep de horizontale en verticale schuifbalken aan de onder- en rechterzijde van het venster om in de foto te verplaatsen.

                  5. Als je het zoomniveau wilt verlagen, klik je nogmaals met de rechter muisknop op Vergrootglas.

                   De zoomschuifregelaar

                  Linialen

                  Gebruik Linialen om een horizontale liniaal boven in het tekengebied en een verticale liniaal aan de linkerzijde van het tekengebied, weer te geven. Met de linialen kun je de afmetingen van je foto bekijken. Dit kan handig zijn als je het formaat van foto's wijzigt.

                  1. Als je linialen wilt weergeven, schakel je, op het tabblad Beeld in de groep Weergeven of verbergen, het selectievakje Linialen in.
                  2. Schakel het selectievakje Linialen uit als je de linialen wil verbergen.

                  Rasterlijnen

                  Gebruik Rasterlijnen om vormen en lijnen uit te lijnen wanneer je tekent in Paint. Rasterlijnen zijn handig omdat je aan de hand van deze rasterlijnen de grootte van objecten beter kunt bepalen tijdens het tekenen. Met behulp van rasterlijnen kun je tevens objecten uitlijnen.

                  1. Als je rasterlijnen wilt weergeven, schakel je op het tabblad Beeld, in de groep Weergeven of verbergen, het selectievakje Rasterlijnen in.
                  2. Schakel het selectievakje Rasterlijnen uit als je rasterlijnen wilt verbergen.

                  Volledig scherm

                  Gebruik Volledig scherm als je je foto op volledig scherm wilt bekijken.

                  1. Als je de foto schermvullend wilt weergeven, klik je op het tabblad Beeld in de groep Weergeven op Volledig scherm.
                  2. Klik op de foto als je volledig scherm wilt afsluiten en wilt terugkeren naar het Paint-venster.

                  Je foto opslaan en gebruiken

                  Wanneer u in Paint bewerkt, moet u uw werk regelmatig opslaan zodat u het niet per ongeluk kwijtraakt. Als u uw foto hebt opgeslagen, kunt u deze op uw computer gebruiken of met anderen delen via e-mail.

                  Foto's voor de eerste keer opslaan

                  Als je een nieuwe foto de eerste keer opslaat, moet je de foto een bestandsnaam geven.

                  1. Klik op de knop Paint  en klik vervolgens op Opslaan.
                  2. Selecteer de gewenste bestandsindeling in het vak Opslaan als type.
                  3. Typ een naam in het vak Bestandsnaam en klik vervolgens op Opslaan.

                  Foto's openen

                  In plaats van met een nieuwe foto te beginnen kun je ook een bestaande foto openen en deze in Paint bewerken.

                  1. Klik op de knop Paint  en klik vervolgens op Openen.
                  2. Zoek de foto die je in Paint wilt openen, klik erop en klik vervolgens op Openen.

                  Je foto instellen als je bureaubladachtergrond

                  Je kunt de foto ook zodanig instellen, dat deze als de bureaubladachtergrond op je computer wordt gebruikt.

                  1. Klik op de knop Paint en klik vervolgens op Opslaan.
                  2. Klik op de knop Paint , wijs Als bureaubladachtergrond gebruiken aan en klik vervolgens op één van instellingen voor bureaubladachtergrond.

                  Je foto per e-mail verzenden

                  Als je een e-mailprogramma op je computer hebt geïnstalleerd en geconfigureerd, kunt je je foto aan een e-mailbericht toevoegen en vervolgens via e-mail met anderen delen.

                  1. Klik op de knop Paint  en klik vervolgens op Opslaan.
                  2. Klik op de knop Paint  en vervolgens op Via e-mail verzenden.
                  3. Voer in het e-mailbericht het e-mailadres van de persoon in, typ een kort bericht en verzend het e-mailbericht vervolgens waaraan de foto is toegevoegd.